
Amsterdam-WEST – Ingezonden door Sjaak Shalom
(zie afca.nl voor een interview met Goudje uit 2001, de foto is van ajaxf-side.nl)
Drukwerk
Begin jaren tachtig zag ik hem voor het eerst. In cafe Drukwerk (inmiddels al jarenlang cafe The Doors) aan het einde van de Nieuwendijk. 30 jaar later was Goudje nog altijd dagelijks te vinden in de nauwe donkere steegjes rondom de Nieuwendijk. Als krantenbezorger. Goudje deed niet mee aan de moderne ratrace. De wereld veranderde. Goudje nauwelijks. Hij ging z’n eigen gang.
Steevast sprak hij me, en wildvreemden, aan met “he gabber”. Altijd goedgeluimd. Geholpen door de drank, zijn beste vriend na Ajax. Nuchter heb ik hem weinig gezien. Al was het verschil tussen een nuchtere en aangeschoten Goudje waarschijnlijk miniem. Een vrolijke alcoholist
die velen malen zei: “Ik heb m’n biertje en Ajax. Jongen, wat wil ik nou nog meer?” Daarna volgde een harde lach en streek hij met met z’n wijsvinger een paar keer over z’n neus. Bij een volgende ontmoeting herhaalde dit tafereel zich.
Nieuwendijk
Op die ouwe Nieuwendijk daar ben ik de koning te rijk. Ik zing er zo graag m’n liedjes. Voor de jongens. Voor de grietjes. Uit een nummer van Tante Leen, de Edith Pfiaf van de Nieuwendijk. Die hier in de jaren 60 cafe Royal had. Bekijk de clip en je ziet Goudje zo meezingen. Goudje vertegenwoordige een Amsterdam en Ajax dat niet meer bestaat. Als Ajax in de provincie speelde, ging Goudje naar cafe-coffeeshop Kadinsky. In de Zoutsteeg, het nauwste steegje op de Dijk. Gehuld in lange regenjas. Sigarenstompje in de mond (die hij niet uitdeed tijdens het praten). Een Ajax-sjaal. of twee, strak als een bandana om z’n hoofd geknoopt. Daar bovenop een Ajax-petje. Waarop hij zelf met rode stift had geschreven: “Ajax F-Side harde kern”. Het versleten petje was door de regen roze gekleurd. Een enkele keer combineerde hij zijn outfit met een spacy groene spiegelzonnenbril. Het was een vast ritueel bij iedere uitwedstrijd. Op zijn dooie gemak hing hij zijn Ajax-vlaggen op in de shop. Zelf meegebracht in een Dirk-tas. Een grote vlag voor het raam en een kleinere onder het scherm. Dat bracht geluk. Goudje droeg altijd een Ajax-shirt. Met achterop zijn naam: Goudje. Zijn vaste plek in Kadinsky was onder het scherm, vanwaar hij rechtomhoog moest kijken om de wedstrijd te kunnen zien. De wedstrijd die hij rijkelijk voorzag van luidruchtig en vaak onnavolgbaar commentaar. En waar hij vooral zelf altijd hard om moest lachen. In ruil voor het ophalen van lege glazen kreeg hij bier. Goudje was de (vrolijke) Bobby Haarms van de tribune. Kritiek op Ajax werd, net als bij Bobby, niet geaccepteerd. En alle andere clubs waren boeren. Goudje was geen boer, Goudje was Ajax.
Na Kadinsky verhuisde Goudje naar cafe Oporto. Een deur verder. Bizar genoeg blijken hier twee weken geleden opnamen van hem gemaakt te zijn. Kijk hier.
Arena
In de Arena stond Goudje recht achter de goal. Beneden in Vak 127, tussen de jonge gasten. Dat je op die plek de wedstrijd niet goed kan volgen, maakte niet uit. Op die plek sta je het dichtste bij het veld en zo kon hij “de jongens” het beste aanmoedigen. Dat deed hij dan ook vol overgave. Willekeurig welke optreden in de rust dan ook, leidde altijd tot een opleving bij hem. Handen in de lucht en meedeinen maar.
Goudje, Amsterdam verliest met jouw overlijden een zeer kleurrijke Ajacied. Wanneer ik over de Nieuwendijk loop zal ik aan je denken en zachtjes zingen:
Op die ouwe Nieuwendijk daar ben ik de koning te rijk.
Ik hoor nog hoe mijn moeder zei, die goeie ouwe schat
ik hou zo veel van Amsterdam, die mooie ouwe stad,
met mij is het niet anders, ik draag Mokum in mijn hart
en daarin heeft de Nieuwendijk, een heel klein plaatsje apart…
Goudje rust zacht….Aooooooooooojaaaaaaaxxxxxxxxx!!!
(FootballCulture dankt Sjaak Shalom)

